Moedermelk Krachtmelk!

 

Adelina Garcia RN IBCLC (Vertaalde presentatie)

Adelina Garcia is een verpleegkundige die gespecialiseerd is in algemene gezondheidszorg. Op dit moment werkt zij bij Basque Healthservice, Osakidetza, Spanje. Sinds 2007 is zij voorzitter van La Leche League in Euskadi, Spanje en is zij actief in het promoten en beschermen van borstvoeding op lokaal en nationaal niveau. Adelina is lactatiekundige IBCLC vanaf 2003 en is de coördinator van de IBLCE in Spanje sinds 2004. Ze werkt vastberaden om het beroep van de gecertificeerd lactatiekundige IBCLC in Spanje op de kaart te krijgen. Ze heeft gesproken op diverse nationale conferenties en heeft les gegeven bij talloze borstvoedingsscholingen aan zorgprofessionals als onderdeel van de Baby Friendly Hospital Initiative scholingen. Zij maakt deel uit van de “Technical Committee of the Strategy for Pregnancy Care, Birth and the Neonatal period” die door het ministerie van volksgezondheid van Spanje in het leven is geroepen, en een onderzoeksproject voor de ontwikkeling van aanbevelingen voor borstvoeding, een opstapje voor de ontwikkeling van klinische praktijkrichtlijnen voor borstvoeding.


Borstvoeding: Ethiek en wetgeving

Ons werk als lactatiekundigen IBCLC moet voldoen aan ethische principes die de moeder-kind relatie faciliteren en zijn gebaseerd op respect voor de wetgeving en in overeenstemming met de Code of Professional Conduct voor de IBCLC. Deze presentatie definieert de verantwoordelijkheden van de IBCLC ten aanzien van ethische kwesties zoals belangenverstrengeling, het zelfbeschikkingsrecht van van de cliënt en de professional, vertrouwelijkheid, verantwoordingsplicht, praktijkvoering op basis van wetenschappelijk bewijs en intellectuele eigendomsrechten. Het geeft de deelnemers ook informatie over de ethische beginselen die gelden voor onze klinische praktijk, om inzicht te geven in de verantwoordelijkheden met betrekking tot het naleven van de Code of Professional Conduct voor de IBCLC en International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes.

 

Karen Kerkhoff Gromada MSN RN IBCLC FILCA (Vertaalde presentatie)

Karen Kerkhoff Gromada werkt momenteel als een verpleegkundige/opleider lactatiekunde in TriHealth Hospitals (Cincinnati, OH, USA) na meer dan 10 jaar een kleine zelfstandige lactatiekundige praktijk gehad te hebben. Naast het steeds ontwikkelen van scholingsmateriaal voor het personeel, verleent zij ook directe lactatiekundige zorg aan moeders en baby’s.

In de 90-er jaren werkte ze als een adjunct klinische opleider voor de afdelingen van Parent-Child Nursing, and Community, Adult and Psychiatric (CAP) Nursing aan de University of Cincinnati, College of Nursing. Karen heeft tevens werkervaring op de verloskamers, zwangerschapsbegeleiding en zorg bij vroeg ontslag na de bevalling.

Sinds 1975 is ze La Leche League leider, ze stelde de eerste LLL groep voor moeders van meerlingen in 1977 samen na de geboorte van haar eigen jongenstweeling en ze geeft nog steeds leiding aan deze groep. De ervaringen van moeders in deze groep hebben de basis gevormd voor haar boek Mothering Multiples: Breastfeeding and Caring for Twins or More (LLLI).

Ze heeft vele algemene en meerling-specifieke artikelen met betrekking tot borstvoeding geschreven en hoofdstukken voor professionele en niet-professionele publicaties, en is een bekend spreker over talrijke borstvoeding-gerelateerde onderwerpen. Als een voormalig ILCA president (1994-1996), behoorde Karen tot de eerste groep die werd benoemd tot Fellow of the International Lactation Consultant Association (FILCA) in 2008.


De dramatische toename van de meerlingen in de afgelopen twee decennia heeft geleid tot een overeenkomstige toename in onderzoek en klinisch literatuuronderzoek naar diverse aspecten van het ouderschap van meerlingen, met inbegrip van borstvoeding. De laatste paar jaar geven enquêtes aan dat vrouwen die bevallen van twee- en meerlingen in ongeveer dezelfde aantallen van plan zijn om borstvoeding te geven als vrouwen die een éénling krijgen, maar toch is de borstvoedingsduur voor deze subgroep over het algemeen lager. Onderzoek heeft mogelijke factoren die gerelateerd zijn aan het borstvoeden van een meerling geïdentificeerd, maar weinigen bieden praktische oplossingen voor het verbeteren van resultaten. Klinisch gebaseerde artikelen discussiëren vaak over strategieën om meerlingen borstvoeding te geven, maar er ligt veel nadruk op borstvoedingtechnieken in plaats van op de fysiologische en psychosociale kwesties die de vrouw die een meerling borstvoeding geeft beïnvloeden. Lactatiekundigen en zorgverleners moeten alle puzzelstukjes bij elkaar leggen op een holistische manier als zij effectieve en tegelijk sensitieve strategiën willen aanbieden die recht doen aan de typische, meerling-specifieke, uitdagingen op het gebied van borstvoeding in deze speciale situatie.

Deze presentatie biedt een overzicht van de recente literatuur die beschikbaar is over het voeden van meerlingen en gerelateerde factoren, vat de bevindingen samen in een logisch geheel, en beschouwt het proces van ontwikkeling van klinische interventies bij borstvoedingsproblemen bij meerlingen.

 

Patricia Knook IBCLC

Patricia Knook-de Geus werkt voor 16 uur/week als verpleeg/lactatiekundige IBCLC op het verloscentrum in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam. Zij is mede verantwoordelijk voor het interne borstvoedingsbeleid op de afdelingen: verloskunde, kraam, neonatologie, zieke zuigelingen /chirurgie, poli kliniek verloskunde. Het aansturen van personeel en het faciliteren/onderhouden van het huidige borstvoedingsbeleid behoort tot haar hoofdtaken.

Ze doet dit nu ruim 6 jaar en heeft mede bijgedragen aan het tot stand komen van de certificering binnen het AMC met 6 afdelingen tegelijkertijd. En zij is er trots op om te kunnen zeggen dat ze dat al twee keer hebben mogen behalen.
Daarnaast werkt ze 6 uur per week bij de GGD Hollands Midden als lactatiekundige IBCLC alwaar zij verantwoordelijk is voor de scholingen omtrent borstvoeding en de inbedding van het huidige borstvoedingsbeleid. Bij de GGD nam ze een staffunctie in, alwaar zij de verpleegkundigen op 23 locaties aanstuurt met betrekking tot de informatievoorziening rondom borstvoeding.

Naast haar werk bij de GGD en AMC is zij trotse eigenaar van haar praktijk: Lactatiekundige Praktijk Haarlemmermeer, alwaar ze in de randstad consulten uitvoert.

Ook geeft ze les op de opleiding tot lactatiekundige bij Baby en Borst in Almere en oefent zij een bestuursfunctie uit bij de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen.


Borstvoeding na een keizersnede

Borstvoeding lijkt vanzelfsprekend voor veel moeders die net een pasgeboren baby hebben gekregen. Helaas is dat als een vrouw in een derdelijns ziekenhuis bevalt niet altijd zo vanzelfsprekend. Een groot deel van de populatie in het academisch ziekenhuis heeft een keizersnede gehad. De zorg rondom de baby voor en de na keizersnede in combinatie tot borstvoeding is soms een uitdaging. De aspecten die aan bod komen in de lezing zijn:
– Waarom is het na een keizersnede lastiger om borstvoeding te geven?
– Hoe kun je de vrouw begeleiden zodat zij zelf de regie heeft over de manier waarop zij gaat voeden;
– Als je opgenomen ligt in het ziekenhuis en wordt verzorgd door veel verschillende verpleegkundigen, wat kan de vrouw dan zelf doen om de borstvoeding tot een succes te maken?
– Beperkingen binnen een ziekenhuis, bewustwording verschillende disciplines, en mogelijkheden creëren.

 

Elly Krijnen IBCLC

Haar loopbaan is begonnen in de psychiatrische verpleegkunde en na het behalen van het diploma is zij de verkorte algemene verpleegkunde gaan doen. Zij deed deze opleiding tegelijk met een managementopleiding. Vervolgens specialiseerde zij zich in de obstetrie en gynaecologie (O&G, OHC). Zij werkte in verschillende ziekenhuizen en kraamzorgorganisaties als leidinggevende.

Na het behalen van haar certificaat tot lactatiekundige IBCLC in 2004 is zij samen met Carla Bakker gaan werken in hun eigen lactatiekundige praktijk “BABY&BORST” B.V in Almere.. In 2008 rondde zij haar opleiding tot 1e graads verpleegkundig docent af.

Hun praktijk is gespecialiseerd in het geven van onderwijs aan allerlei zorgprofessionals (verloskundigen, verpleegkundigen, lactatiekundigen en kraamverzorgenden). Dit doen ze zowel op hun eigen locatie als op locatie in heel Nederland. Sinds drie jaar verzorgen zij de theoretische opleiding om lactatiekundige te kunnen worden.

Naast het onderwijs geven zij advies over borstvoeding aan ouders, hebben zij een winkel, meerdere webwinkels, distribueren zij borstvoedingshulpmiddelen en verzorgen zij de verhuur van borstkolven voor diverse ziekenhuizen en verloskundige praktijken.


Hormonen en borstvoeding

Dat oxytocine en prolactine een rol spelen bij borstvoeding weet zo ongeveer iedereen wel die in zijn/haar werk met borstvoeding te maken heeft. Maar wat doen deze hormonen nog meer? Hoe beïnvloeden zij andere hormonen en hoe worden andere hormonen door deze twee beïnvloed? Kan een moeder/kind de hormonen zelf beïnvloeden?

Door de hormoonwerking begrijpelijk te maken wordt het duidelijk waarom sommige adviezen wél en andere beter niet gegeven kunnen worden.

 

Kathleen Marinelli MD IBCLC FABM FAAP (Vertaalde presentatie)

Dr Marinelli is een buitengewoon professor van kindergeneeskunde aan de University of Connecticut School of Medicine, en een neonatoloog en directeur van Lactation Support Services in het Connecticut Children’s Medical Center, Hartford, CT, USA.. Ze studeerde af aan Cornell University en Cornell University School of Medicine en was een co-assistent kindergeneeskunde, arts-assistent, staflid van nefrologie en staflid van neonatologie staflid in het Children’s National Medical Center, George Washington University, Washington DC.

Ze maakte deel uit van de eerste groep van 20 artsen die internationaal werden erkend met de aanduiding Fellow of the Academy of Breastfeeding Medicine” (FABM), en maakt voor het tiende jaar deel uit van de ABM Board of Directors, tevens is zij voorzitter van de protocollencommissie. Ze vertegenwoordigt de ABM in het de United United States Breastfeeding Committee, waar ze de media/PR commissie voorzit en een leerstoel kreeg aangeboden van de USBC in augustus 2012. Ze is lid van de American Academy of Pediatrics (AAP) Section on Breastfeeding, en sinds 2000 zij zet zich in als de AAP Connecticut Chapter Breastfeeding Coordinator. Ze had grote invloed bij het opstellen en laten passeren van uitgebreide borstvoedingrechten in de wetgeving voor de werkplek in Connecticut in 2001, en de Jury Duty Legislation in 2012. Ze is vrijwilliger in den medische adviesraad van het Baby-Friendly USA. Terwijl ze deel uit maakt van vele staats- en lokale commissies en organisaties is ze ook actief in de Connecticut Breastfeeding Coalition.

Al heel lang gelooft zij in het gebruik van menselijke gepasteuriseerde donor melk wanneer dat nodig is, ze was oprichtster en medisch directeur van de New England Mother’s Milk Bank en is momenteel mede-medisch directeur van de zich ontwikkelende Mothers’ Milk Bank van de Western Great Lakes. Ze is auteur van een aantal hoofdstukken, monografieën, onderzoeksartikelen en ABM protocollen. Haar onderzoeken concentreren zich op borstvoeding en het gebruik van menselijke melk op de neonatale intensive care, cup voeden, donormelk en donormelkbanken, en het onderwijs van medische professionals.


Menselijke melk en borstvoeding voor zuigelingen met zeer laag geboorte gewicht: De bijdrage van de natuur aan de wonderen van de technologie

Het historische belang van menselijke melk in het voortbestaan van premature baby’s wordt erkend en Dr Marinelli bespreekt de huidige evidence-based reden voor de sleutelrol van menselijke melk in het therapeutische regime van VLBW (Very Low Birth Weight = zeer laag geboortegewicht) zuigelingen. Ze keek naar het gebruik van zowel eigen moedermelk en donormelk voor VLBW zuigelingen en houdt rekening met de uitdagingen van borstvoeding geven aan een VLBW kind op de NICU. Wanneer de overgang naar exclusieve borstvoeding in deze populatie wordt onderzocht, is het noodzakelijk om ondersteunende praktijken in een NICU-omgeving te identificeren die de waarde van het gebruik van menselijke melk in VLBW-zuigelingen erkennen.

 

Jane Morton MD FAAP FABM (Vertaalde presentatie)

Dr Jane Morton heeft een lange betekenisvolle carrière als een algemeen kinderarts. Zij heeft ook een langdurige interesse in borstvoeding, van het begrip van de klinische voordelen tot praktische oplossingen voor moeders die moeilijkheden ondervinden om borstvoeidng te geven aan hun kinderen. Door de jaren heen heeft ze onderzoek geleid naar humane melk en borstvoeding en heeft ze methodes en beleid ontwikkeld en ingevoerd om borstvoedende moeders te helpen.

Zij heeft prijzenwinnende video’s geproduceerd over dit onderwerp, inclusief Breastfeeding: A Guide to Getting Started, A Preemie Needs His Mother: Breastfeeding a Premature Baby and Making Enough Milk, the Key to Successful Breastfeeding. Deze zijn vertaald en worden wijd en zijd in duizenden ziekenhuizen gebruikt om zowel het personeel als de nieuwe moeders te trainen. Als leidinggevend bestuurslid van zowel de Academy of Breastfeeding Medicine als de American Academy of Pediatrics Section on Breastfeeding, heeft ze met plezier gewerkt aan het vergroten van de bekendheid van borstvoeding, zowel nationaal als internationaal.

Gedurende 5 jaar heeft zij gewerkt bij de neonatology clinical faculty van Stanford om het Breastfeeding Medicine Program te ontwikkelen. In die positie had zij de gelegenheid om een nationaal erkend scholingsprogramma te ontwikkelen en een studie met de AAP te publiceren over het belang van een borstvoedingscurriculum voor artsen in opleiding. Zij was adviseur van de California Perinatal Quality Care Collaborative en was een belangrijke auteur van de richtlijn Nutritional Support for the Very Low Birth Weight Infant.

Ze was mede-auteur van het boek Best Medicine: Human Milk in the NICU. Ze heeft veel gepubliceerd en heeft haar originele onderzoek en onderwijsworkshops internationaal gepresenteerd. Zij zal twee presentaties geven voor deze iLactation conferentie.


Spelregelveranderend onderzoek naar expressie van moedermelk: Vroege handexpressie en “hands-on” kolven

Rekening houdend met de melkproduktie van moeders van préterme en á-terme kinderen, heeft Dr. Morton een review gedaan naar het onderzoek van het kolven met de handen in de eerste drie dagen postpartum en “hands-on” kolven na het optreden van de lactogenese en de invloed van deze technieken op de melkproduktie en –samenstelling. Zij spreekt over de klinische toepassingen en het vervolgonderzoek.

Het complete beeld van het probleem van onvoldoende melkproduktie bij moeders van zowel á-terme als prematuur geboren kinderen wordt besproken net als de motivatie voor handexpressie gedurende de eerste dagen post partum en de invloed van deze techniek op latere melkproduktie.

Babyvriendelijke zorg voor laag- en hoogrisico zuigelingen. Een gezamenlijk, duurzaam en proactief model

Het is nodig om de vroege borstvoedingsmanagementpraktijk te veranderen. Dr. Morton heeft specifiek gekeken naar het laag-risico moeder-kindkoppel en het hoog-rsico moeder-kindkoppel en bespreekt haar “Deel de zorg: 5 puntsplan”. Er is overtuigend bewijs dat de verandering nodig is en dat er grond is voor het herindelen van 3 doelen, A, B, en C
A – Aanhappen (latch and transfer)
B – Borstmelkproduktie
C – Calorieën (om relevante parameters te behalen)
naar C, B en A in het geval van hoog-risico moeder-kindkoppels.
Tenslotte bespreekt ze hoe een duurzaan model van zorg voor efficiëntie, stabiliteit, uitgebreidere basisvaardigheden en verantwoordelijkheid zou kunnen zorgen.

 

Jill Rabin MS CCC-SLP/L IBCLC (Vertaalde presentatie)

Jill Rabin is een kinder logopediste en international board certified lacation consultant. Ze heeft gedurende 26 jaar voornamelijk gewerkt met 0-3 jarigen. De eerste 14 jaar heeft zij in ziekenhuizen gewerkt, in twee in Chicago allebei als logopediste en lacatatiekundige. In het Advocate Illinois Masonic Hospital in Chicago heeft ze een voedingsprogramma ontworpen om een soepele overgang naar orale voedingen te krijgen voor alle baby’s die in de special care waren opgenomen en heeft zij deelgenomen aan een team dat wekelijks follow-up m.b.t. ontwikkeling bood aan prematuur geborenen.

Momenteel heeft zij een vrijgevestigde praktijk in de omgeving van Chicago waar zij voornamelijk risico en speciale borstvoedingszorgbehoevenden ziet, kinderen met Down syndroom en kinderen met een aversie tegen voeding vanwege het vroege ingrijpen.

Zij volgt haar Down syndroom-patiënten als borstgevoede zuigelingen vaak tot zij niet meer thuishoren bij de vroege-interventie leeftijd.

Zij werkt ook bij een New Mother New Baby lactatiekundig centrum in Northbrook, waar zij onderwijs geeft over het overgaan van baby’s naar vast voedsel en houdt North Shore Down Syndrome Awareness groepsbijeenkomsten waar families en hun kinderen elkaar kunnen ontmoeten voor sociale- en scholingsdoeleinden.

Het is haar hoop om een samenwerkingsrelatie op te bouwen tussen logopedisten en lactatiekundigen met het doel om meer succesvolle borstvoedingsrelaties te krijgen, in het bijzonder bij hoog-risico kinderen.


Borstvoeding en prematuren : Herken de risico’s voor orale aversie

Deelnemers leren over mijlpalen van orale spieronwikkeling en zuigpatronen bij prematuur geborenen. Het effect op neurologische -, ademhalings- en gastrointestinale kwesties en hun invloed op voeden en in het creëren van de waarschijnlijkheid van een voedingsaversie worden besproken. Deelnemers kunnen risicofactoren voor het ontwikkelen van een voedingsaversie bij prematuren en hoog-risico zuigelingen herkennen.

Verschillende interventiemethodes en ideeën voor het voorkomen van voedingsaversie worden eveneens besproken.

 

Inge Stoof IBCLC

Zij wist al van jongs af aan dat zij kinderverpleegkundige wilde worden. Inmiddels heeft zij ruim 30 jaar werkervaring op verschillende afdelingen. Behalve de kinderaantekening behaalde zij haar aantekeningen gynaecologie/obstetrie en High Care neonatologie. Na het behalen van haar IBCLC certificaat is zij gaan werken op de neonatologieafdeling. Behalve voor de zorg rond borstvoeding heeft Inge veel belangstelling voor ontwikkelingsgerichte zorg en mondmotoriek.

Als docent is zij betrokken geweest bij het certificeren van kraamcentra en geeft zij jaarlijks vele scholingen aan ouders en professionals binnen en buiten Meander Medisch Centrum.

Ook heeft zij een aantal jaar lesgegeven op de Hogeschool van Utrecht (opleiding lactatiekunde), en geeft zij les op het ROC opleiding verpleegkunde (kind/kraam). Zij heeft meegewerkt aan het ontwikkelen van een E-learning borstvoeding voor ziekenhuizen en zij is betrokken bij Leerstation Zorg, waar zij toetsvragen met kennisflitsen construeert voor alle doelgroepen die met zorg rond borstvoeding te maken hebben.

In de loop der jaren heeft zij zich met name toegelegd op borstvoeding in complexe situaties, met name de groep (rand) prematuren, zieke baby’s en baby’s met een afwijking of syndroom, maar ook de zieke moeder met borstvoedingsproblemen behoort tot haar aandachtsgebied.

Als ervaringsdeskundige, zij kreeg twee prematuren die beiden aan de beademing lagen, heeft zij zich toegelegd om speciaal voor deze categorie goede zorg te organiseren. Als geen ander kan zij zich inleven in de specifieke problemen die ouders van deze kwetsbare kinderen ervaren.


De (ex)randprematuur – thuis en in het ziekenhuis

Per jaar worden er heel wat randprematuren geboren. Velen worden thuis geboren en het andere deel mag vaak na een korte ziekenhuisopname naar huis.

Maar….. hoe pak je dat nu zowel in het ziekenhuis als met name in de thuissituatie goed op.

Wat is er dan zo anders aan een randprematuur. Ze zien er vaak prachtig uit, alleen wat kleiner en lichter. Wat mogen we eigenlijk verwachten van deze kwetsbare groep, waarvan we weten dat ze neurologisch nog onrijp zijn en hoe voorkom je dan problemen. Wat is het verschil met de ziekenhuissituatie en de thuissituatie. Tegen welke problemen lopen ouders en zorgverleners aan en wat doe je hiermee.

In deze presentatie komen naast de lichamelijke risico’s met name de begeleiding, en interventies van borstvoeding aan bod zoals het belang van een LATCH Score, huid op huid contact, prikkelgeleiding, de manier van (bij)voeden, het goed op gang brengen van de borstvoeding en borstcompressie.

 

Mieke van Rijn IBCLC

Voor zij lactatiekundige IBCLC werd heeft zij als kraamverzorgende en als kinderverzorgende/pedagogisch medewerker gewerkt.

Na de geboorte van haar derde zoon is zij vijf jaar lang thuisblijfmoeder geweest. In die periode is zij contactpersoon van Vereniging Borstvoeding Natuurlijk geworden. Zij heeft ruim tien jaar deel uitgemaakt van de scholingscommissie van diezelfde vereniging en mocht samen met haar collega contactpersonen zorg dragen voor de opleiding van contactpersonen in opleiding en voor de bijscholing van vrouwen die al contactpersonen waren. Zij is bijna tien jaar parttime in dienst bij Elmar Kraamzorg. Dit is een kleine kraamzorginstelling in Oud Beijerland (Zuid Holland). Zij verzorgde daar aanvankelijk de informatieavonden over borstvoeding voor de zwangeren en hun partners en gaf scholing aan de kraamverzorgenden. Al snel had zij de wens om haar kennis te vergroten en is zij de opleiding tot lactatiekundige IBCLC gaan volgen in Gent.

Sinds 2008 is zij lactatiekundige en in die functie werkzaam bij Elmar Kraamzorg. Daarnaast heeft zij haar eigen bedrijf genaamd; “Lactatiekundige Praktijk Uit Volle Borst”.

Haar werkgebied is regio Rotterdam, de Hoeksche Waard, de Drechtsteden en de Alblasserwaard en soms ook richting Brabant. De laatste jaren is zij zich gaan specialiseren in de problematiek die er kan ontstaan als kinderen een te korte tongriem en/of strak lipbandje hebben. Dit doet zij uiteraard naast de andere werkzaamheden die horen bij het werk van een lactatiekundige.

Zij is actief op ouder en kind fora en geeft daar vrijblijvend informatie en advies over borstvoeding en borstvoeding gerelateerde zaken.


Tongriempjes en lipbandjes ; Een geknipte zaak ? !

De presentatie gaat over korte tongriempjes en strakke lipbandjes en wat de problemen kunnen zijn die hierdoor veroorzaakt kunnen worden. Zij vertelt over de functie van de tong en de normale anatomie van de mond van een baby en het zal je duidelijk worden wat er kan gebeuren als hier bijzonderheden mee zijn. Het beoordelen van de tongriem en het lipbandje is niet altijd eenvoudig. Er spelen verschillende zaken en die moeten worden meegenomen in het totale plaatje. Wat zijn de klachten waar het moeder-kind koppel mee te maken kan krijgen ? Is het “knip en klaar” of is er nabehandeling in de vorm van massage en stretchen aan te bevelen ? Wat zijn de mythes en misvattingen over tongriempjes en lipbandjes ? Hoe kan je als zorgverlener het beste handelen als je denkt dat de tongriem en/of het lipbandje van een baby de achterliggende oorzaken zijn van de problemen waar moeder en/of kind mee te maken hebben ? Aan het einde van de presentatie behandelt zij één of meerdere casussen zodat je kunt zien wat het beleid kan zijn bij deze problematiek.

 

Gonneke van Veldhuizen-Staas IBCLC

Geboren in Den Haag als vijfde kind in een onderwijzersgezin in 1956, opgegroeid in de Zuidwesthoek van Noord Brabant en haar volwassen leven begonnen in Zeeland, waar zij trouwde en zelf ook vijf kinderen kreeg. Zij begon met de zelfde loopbaan als haar beide ouders als kleuterleidster oude stijl en leraar basisonderwijs. Tijdens haar bewuste thuismoederschap werd zij leidster bij La Leche League, waar zij onder andere de functies van coördinator publicaties, hoofd van de afdeling opleidingen en hoofd van de afdeling leidsters, c.q. voorzitter van de stichting vervulde. Vanuit haar LLL werk werd zij in 1992 lactatiekundige IBCLC, in de eerste lichting lactatiekundigen in Nederland. Daar is zij betrokken geweest bij de eerste stadia van de oprichting van de beroepsvereniging NVL en de opleidingsstichting SBO en bij de start van wat later de Stichting Zorg voor Borstvoeding zou worden. Tot 2008 is zij als lactatiekundige werkzaam geweest in de (particuliere) moeder en kind zorg en in de scholing van zorgverleners en toekomstige lactatiekundigen in diverse settings. Vanaf 2008 is haar bedrijf Eurolac Lactatiekunde een zelfstandige onderneming met drie poten: lactatiekundige praktijk, webwinkel en educatieve programma’s. Lesgeven en lezingen geven blijven een belangrijk deel van haar werk. Haar specialisaties zijn de biologische normaalheid van borstvoeding, aanleggen en overproductie. Een groeiende interesse zorgt ook gaandeweg voor specialisatie in candida infecties en orale anatomische variaties en het effect daarvan op borstvoeding. Schrijven over borstvoeding is een rode draad door haar hele loopbaan heen. Dat begon met brochures voor LLL, de coördinatie van het vertalen van het Handboek van LLL, gevolgd door eigen publicaties van informatiebladen en instructiekaarten en artikelen online en een wetenschappelijk artikel: Overabundant milk supply: an alternate way to intervene by full drainage and block feeding. International Breastfeeding Journal 2007, 2:11 (29 August 2007). In het afgelopen jaar publiceerde zij twee boeken: Het jaar van de baby en Borstvoeding-een handleiding.


Galactogogen – zin en onzin

Galactogogen zijn middelen die de productie van moedermelk stimuleren. Door de hele geschiedenis en in alle culturen hebben vrouwen altijd geprobeerd manieren te vinden om hun melkproductie te verbeteren, want de angst voor onvoldoende melk is universeel. Tegenwoordig zijn galactogogen te verdelen in de medicijnen en de natuurlijke middelen, meestal plantaardig. Deze lezing geeft een overzicht van de middelen die in allerlei culturen worden aangeraden aan zogende vrouwen en worden overeenkomsten en verschillen van de diverse middelen besproken. Aan de hand van een kort overzicht van de werking van de aanmaak van moedermelk en het te verkrijgen volume, wordt een inventarisatie gemaakt van de werkzaamheid of de mogelijke werkzaamheid van de in onze cultuur het meest aangeraden middelen voor de ondersteuning van de moedermelkproductie.

 

AIneke van Vliet RN

Na 24 jaar in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam gewerkt te hebben, werkt zij sinds februari 2011 in VU medisch centrum in Amsterdam.

Van oorsprong ben is zij Kinderverpleegkundige en Kinder-IC/ Neonatologie verpleegkundige. Vanaf 1997 is zij zich steeds meer gaan bezighouden met wetenschappelijk onderzoek. Sinds zij de post-HBO opleiding ‘Clinical Research Coordination’ heeft afgerond (2002) is zij werkzaam als Clinical Research Coordinator.

Vanaf februari 2010 is zij tevens coördinator van de Nederlandse Moedermelkbank. Vanaf het allereerste begin heeft zij zich, samen met collega’s, bezig gehouden met het opzetten van de moedermelkbank en alles wat daar bij komt kijken. Sinds de 1e goedkeuring van een donor in mei 2011, is zij verantwoordelijk voor de coördinatie binnen de Nederlandse Moedermelkbank en het wetenschappelijk onderzoek wat met de donormelk wordt uitgevoerd.


De Nederlandse Moedermelkbank

De Nederlandse Moedermelkbank is opgericht in het VUmc te Amsterdam met het doel donormelk te kunnen verstrekken aan te vroeg geboren baby’s op de Intensive Care Neonatologie, wiens moeder geen of onvoldoende melk kan geven. Tijdens de presentatie wordt verteld hoe de moedermelkbank werkt. Er wordt ingegaan op het vinden en screenen van donoren en hoe de donormelk wordt opgehaald, bewerkt en bewaard. De donormelk wordt momenteel alleen in studieverband toegediend aan te vroeg geboren kinderen. Met deze studie, genaamd Early Nutrition Study, wordt de meerwaarde van donormelk boven kunstvoeding als eventuele aanvulling op eigen moedermelk onderzocht. Tijdens de presentatie zal ook kort bij deze studie stil worden gestaan.

 

Barbara Wilson-Clay BSEd IBCLC FILCA (Vertaalde presentatie)

Barbara Wilson-Clay heeft in een zelfstandige praktijk gewerkt in Austin, Texas, USA, en heeft zich sinds 1987 gespecialiseerd in casuïstiek van arts-gerelateerde borstvoedingsproblemen. Zij heeft geholpen met het oprichten van de moedermelkbank in Austin, een non-profit organisatie, en is hier 11 jaar directielid geweest, waarvan de laatste 2 jaar vice-president. Als een vrijwillige promotor bij de Texaanse rechterlijke macht heeft Barbara zich ingezet, gedurende iedere wetgevingsprocedure sinds 1993, om wetgeving te helpen laten passeren die borstvoedingsrechten promoten.Haar zakelijke cliënten zijn o.a. Motorola, IBM en Apple compters voor wie zij lactatieondersteuning op de werkplek en lactatieruimtes heeft ontwikkeld.

Barbara’s onderzoek en commentaren zijn verschenen in The Journal of Human Lactation, Huidige problemen in Clinical Lactation, Birth Issues, Breastfeeding Abstracts, The International Breastfeeding Journal, the ICEA Journal, and Archives of Disease in Childhood. Zij werkt op verschillende review redacties. Barbara was de ILCA vertegenwoordiger bij de IBLCE en is La Leche League leidster sinds 1981. Ze is benoemd tot Fellow van de Internatioal Lactation Consultant Association (FILCA) in 2008.

Barbara is mede-auteur van het boek The Breastfeeding Atlas en veel meertalig scholingsmateriaal voor cliënten en professionals.


Borstvoeding geven aan de dysmatuur

Klinische borstvoedingsmanagementstrategiën zijn goed beschreven voor het premature en randpremature kind. De risico’s, speciale voedingsproblemen en potentiële gevolgen voor het kind dat te maken heeft met intra-uteriene groeivertraging en dysmatuur geboren wordt, is veel minder duidelijk.

Deze case study beschrijft een review van de literatuur en beschrijving van het borstvoedingsmanagement van een eerstgeboren á terme kind van 2267 gram.

De presentatie benadrukt strategiën die excessief gewichtsverlies moeten voorkomen en het maximaliseren van vroege groei en neurologische ontwikkelinge moeten bevorderen, met voeding van uitsluitend humane melkvoeding.